Moestuin

Wat is nou leuker dan door je moestuin lopen en ter plekke bedenken wat je die avond gaat eten. Zelf groente verbouwen is duurzaam, leerzaam en ook gewoon erg leuk. Het stelt je geduld op de proef, je leert omgaan met teleurstellingen (of misschien ook niet) en het geeft blijdschap als je eigen geteelde groenten op je bord liggen.

Ik heb bijna alle groenten wel geprobeerd en ben wisselend tevreden. Op dit moment heb ik nog maar een beperkte moestuin. Mijn veldjes zijn in gebruik als kweekbedden voor mijn vaste planten, maar ik had dit jaar nog wel sla, rode kool, boontjes en aardbeien. Omdat die altijd goed resultaat leveren. Volgend jaar wil ik weer boerenkool en bietjes telen. Dat zijn makkelijk te telen groenten. De boerenkool is voornamelijk bedoeld als wintergroenvoer voor de kippen. Elke dag een paar blaadjes in de ren geeft hilarische taferelen.

Beste plek:

Ik ben ooit begonnen op een stukje grond achterin mijn tuin, voor de bosrand. Dat was niet de beste plek, want na de middag was de zon daar weg. Beter is een moestuin in de volle zon. Ik ben dan ook opnieuw begonnen op een open stuk. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, hoeft een moestuin niet per se beschut te liggen. Misschien is open veld wel beter, ik heb namelijk nooit luizen. Ook geldt, hoe meer zonlicht, hoe beter. Ik ben begonnen met het omspitten van de grond, onkruid verwijderd, flink compost toegevoegd en glad geharkt. Om de bedden te scheiden van elkaar stamp ik ongeveer 30 á 40 cm tussen de bedden aan. Of ik trek met een hark wat banen ertussen. Zo is het goed zichtbaar waar zaai-of pootgoed moet komen. Een smal paadje van tegels is natuurlijk de mooiste oplossing. De teeltbedden zelf maak ik niet breder dan 120/150 centimeter, zo zijn ze goed te bewerken.

Zaaien en opkweken:

Meestal maak ik de kweekbedden in het najaar al klaar en kan ik in het voorjaar direct beginnen met zaaien. Vanaf maart start ik in de kas met voorzaaien van sla in diverse varianten. Vanaf begin april bietjes en kolen. Worteltjes moeten altijd direct in de volle grond gezaaid, dat kan ook vanaf april. Boontjes zaai ik vanaf begin mei. Elke groentesoort heeft zijn eigen zaaitijd.

Tomaten:

Tomaten zaaien doe ik begin maart binnen in huis. Tomatenplantjes zijn erg gevoelig voor kou en vocht. De koelste kamer in huis liefst op een lichte plek is het beste. De zaden ontkiemen best snel en verlangen een vochtige grond. Maar niet te nat. Zet de zaaibakken niet boven een verwarming, dan groeien ze te hard en worden sprieterig. Pas wanneer er geen kans meer is op vorst, rond half mei, kunnen de tomatenplanten voorzichtig naar buiten. Ik zet ze in de kas omdat bij regenachtig weer de tomaten snel gaan rotten. In de kas blijft het droog en lekker warm, daar houden ze van. Wel hebben ze tijdens de groei veel water nodig, rond de stam. Elke dag de scheuten uit de groeioksels knijpen om wildgroei te vermijden. Wanneer er zo’n 5 tot 6 trossen zichtbaar zijn knijp ik ook de top er uit. Op het moment dat de tomaten gaan rijpen geef ik weinig water meer. Anders knappen ze uit hun velletje en gaan schimmelen.

Kolen:

Vanaf maart zaai ik diverse kolen voor. Jonge kolenplantjes willen nog wel eens ten prooi vallen aan slakken, dus ik zaai ze voor tot er al een redelijk plantje is. Uitplanten kan vanaf half mei. Zet de jonge plantjes niet te dicht bij elkaar. Kolen worden grote planten en hebben alle ruimte nodig. Kolen hebben een grotere behoefte aan mest, dus een handje oude stalmest of een goede mestkorrel tijdens het aanplanten is gewenst. Later een extra gift kan ook geen kwaad. Voor een hogere PH kan er (zeewier)kalk door de grond gemengd worden. Niet te kort voor of na bemesten.

Sla:

worteltjes:

Boontjes:

Bietjes:

Courgette/pompoenen:

Courgette en pompoenen zaai ik pas rond eind april. Het zijn snelle groeiers, maar wel gevoelig voor kou. Een nachtvorst betekent een voortijdig einde van de jonge planten. Wanneer de zaden ontkiemen is de kans op nachtvorst wel afgenomen. Ik hou altijd bubbeltjesplastic bij de hand om te beschermen bij twijfel. Deze plantjes zijn zeer geliefd door slakken, dus ook deze beschermen tot ze sterk genoeg zijn.

Zaaien doe ik in handige zaaitrays in verschillende maten. Die vul ik met zelfgemaakte zaaigrond. Een mengsel van potgrond en brekerszand. Soms meng ik er nog wat eigen compost door, mits het fijn genoeg is. Zaaigrond kopen is vaak erg duur en niet nodig. De beste potgrond vind ik die van de Aldi. Die is fijn van structuur, goedkoop en makkelijke zakken van 20 liter. Brekerszand is bij bouwmarkten te koop en kost vaak nog geen 3 euro. Ze zijn wel 25 kilo, loodzwaar dus. De verhouding ongeveer 1 deel brekerszand op 2 delen potgrond.

Naast trays gebruik ik gewoon de plastic vleesbakjes van de supermarkt.  Voor kolen bijvoorbeeld, dat zijn grote zaden. Ik verdeel er zo’n 10 over een bakje. Daar kunnen ze een poos in blijven staan tot ze naar buiten kunnen. Ook sla kan in zulke bakjes voorgezaaid worden. Die zaai ik ruim en dun ze na een paar weken uit als ze sterk genoeg zijn. Sla probeer ik op verschillende momenten te zaaien, zodat niet alles in één keer geoogst hoeft te worden. 10 Kroppen sla tegelijk oogstrijp heeft geen zin. Sla schiet vrij snel door en dat is zonde. De bladeren worden taai en dienen alleen nog als kippenvoer.

Mocht je geen zin, tijd en/of ruimte hebben om zelf te zaaien, kun je in het voorjaar ook gewoon jonge plantjes kopen. Veel tuincentra verkopen dan allerlei sla-,kool- en tomatenplantjes. Voordeel is dat je een fase overslaat. Het zijn sterke plantjes van sterke rassen. Je kan ze zo in de voorbereide grond zetten, water geven en wachten.

Vanaf half mei kunnen al de zaailingen de volle grond in. De dagen worden langer en de nachten warmer. De zaaisels kunnen in de volle grond beter groeien. De eerste tijd verlangen ze wel water tot ze goed zijn aangeslagen. Kwetsbare planten kunnen eventueel nog even beschermd worden met cloches of halve plastic flessen.

Courgette en pompoenen zaai ik pas rond eind april. Het zijn snelle groeiers, maar wel gevoelig voor kou. Een nachtvorst betekent een voortijdig einde van de jonge planten. Wanneer de zaden ontkiemen is de kans op nachtvorst wel afgenomen. Ik hou altijd bubbeltjesplastic bij de hand om te beschermen bij twijfel. Deze plantjes zijn zeer geliefd door slakken, dus ook deze beschermen tot ze sterk genoeg zijn.

Uitdunnen:

Het druist helemaal tegen alle gevoel in om gezonde zaailingen weg te knijpen. Ik zeg bewust knijpen omdat je daardoor de minste kans loopt om andere zaailingen te beschadigen. Als de jonge plantjes echt dicht bij elkaar staan en je trekt er wat tussen uit, trek je makkelijk de goede zaailingen mee. Dat is het geval bij worteltjes of bietjes. Bedenk altijd dat de zaailingen die blijven staan nu geen concurrentie meer hebben van buurplanten en dus groter worden.

Ziekten en plagen:

Zoals eerder gezegd heb ik relatief weinig last van allerlei ongedierte. Ik wijd dat zelf aan het open veld, waardoor er altijd een windje staat. Luizen en schimmels houden daar niet zo van. In mijn sla bijvoorbeeld zit nooit iets. Als het mooie dichte kroppen zijn komt daar geen beest in. Een slakje of oorwurm zit wel eens onder het laatste blaadje, maar daar is alles wel mee gezegd.

Over slakken gesproken, daar heb ik met vlagen wel last van. Jonge plantjes van kool, sla, courgette en pompoen kunnen ze in één nacht helemaal opvreten. Wat overblijft is een kale bende en kan je opnieuw beginnen. Vrij irritant. Gifkorrels gebruik ik niet. Dat helpt niet en ik ben bang dat daardoor ook vogels en egels die troep binnen krijgen als ze een slakje verorberen. Beter is de jonge plantjes te beschermen of pas uitplanten als ze sterk genoeg zijn, slakken houden namelijk van kwetsbare planten.

De meeste ongedierte kun je beter elke dag handmatig verwijderen, zoals rupsen op de kool, coloradokevers op de aardappelen en slakken bij de jonge plantjes. Dat is over het algemeen het meest effectief en milieuvriendelijk.

Oogsten:

Het allerleukste moment waar al het hele seizoen naar uitgekeken wordt. Het oogsten! Je hoeft in het begin helemaal niet zoveel te zaaien. Van alles een paar plantjes is meestal al voldoende. Als je na een paar weken nog een keer zaait, spreid je de oogsttijden.

Sommige groenten zoals sla, peultjes en boontjes moet je goed in de gaten houden voor het moment van oogsten. Sla schiet naarmate de zomer vordert heel snel door. Een mooie vaste krop kan in een paar dagen veranderen in soort kerstboom. Laat je het langer staan gaat ie zelfs bloeien en zaden maken. Het jaar daarop vind je overal in je tuin wilde kropjes sla. Bonen en peulen krijgen te dikke bonen en worden vlezig als ze te lang blijven hangen.

Andere groenten laat ik lang in de herfst of zelfs winter op het land blijven staan, zoals winterpeen, winterprei, boerenkool en spruiten. Het is niet erg als de grond bevroren is, die groenten kunnen daartegen. Al is het dan lastig prei of peen uit de grond te krijgen. De echte moestuinier kan bijna het jaarrond groente oogsten uit eigen tuin.