Planten delen

Het delen of scheuren van planten vind ik het aller, allerleukste van tuinieren. Je hebt een plant, haalt het uit de grond, zet de spade er op, hakt het in delen…en hop…4 planten..of 8, of nog meer! Hoe je een plant deelt hangt sterk af van het soort. Haal je de plant uit de grond en is het een grote vaste kluit, dan werkt een spade vaak heel goed. Het is dan ook vaak de enige manier om door zo’n zware, harde kluit te komen.

Voorbeelden hiervan zijn onder andere:

  • Hosta
  • Astilbe
  • Siergrassen
  • Herfstaster
  • Helianthus
  • Eupatorium

Dit is een Astilbe of pluimspirea in de herfst. De kluit is knetterhard en kan het makkelijkst gedeeld worden met een spade. Zet die tussen 2 groeiplekken in, zodat er genoeg wortels aan blijven. Gebruik veel kracht om door de kluit heen te komen.

 

 

 

Deze kluit kan in 3 stukken gedeeld, dan blijft er voldoende kluit per stek aan zitten. In meer stukken kan wel, maar dan worden ze erg klein. Zet de kleinere kluiten terug in de grond en verspreid ze over een groter oppervlak. Zo creëer je grotere groepen. Vermeng ook liefst wat compost door het plantgat. Luchtige compost kan goed vocht vasthouden. Geef jonge stekken de eerste tijd voldoende water.

 

Verder zijn er planten met één dikke wortelstok. Die graaf je op en snijd je met een scherp mes in stukken. Zorg dat je je mes tussen de groeischeuten zet en zo snijdt dat er per stek zoveel mogelijk wortels aan blijven zitten. Hoe scherper het mes, hoe beter het resultaat, maar pas op voor je vingers, sommige wortels zijn keihard.

Voorbeelden hiervan zijn onder andere:

  • Gipskruid
  • Lavatera
  • Helenium
  • Persicaria
  • Hemerocallis
  • Alchemilla
  • Carex
  • Kalimeris
  • Varens

Hier deel ik een grote pol van een varen. Met een scherp mes snij ik dwars door de groeipunten.

 

 

 

 

 

Als de beide stukken hanteerbaar zijn trek ik ze verder uit elkaar.

Deze helften snij ik nog in kleinere stukken. Aan elke groeipunt blijft een kluitje wortels hangen dus die kunnen allemaal uitgroeien tot nieuwe pollen.

 

 

 

Dan zijn er nog planten die je met je vingers uit elkaar kan trekken, ofwel scheuren. Bij deze planten zie je goed, nadat ze opgegraven zijn, de groeischeut met eigen wortel. Door ze voorzichtig uit elkaar te trekken blijven er voldoende worteltjes aan zitten. Lukt dat niet echt, kun je met een scherp mesje een sneetje maken, zodat het uit elkaar trekken makkelijker gaat.

Voorbeelden hiervan zijn onder andere:

  • geranium
  • monarda
  • calamintha
  • phlox
  • tellima

Hier haal ik een flinke pol Geranium sanguineum Apfelblüte uit de grond.

 

 

 

 

 

Trek voorzichtig de pol uit elkaar. Je ziet de wortels als een kluwen in elkaar zitten.

 

 

 

 

 

Pak een groeischeut en probeer het los te krijgen met zo veel mogelijk worteltjes. Je kan met een scherp mesje de vaste worteltjes doorsnijden, dat is geen probleem. Knip de oude en grote blaadjes weg.

 

 

 

Gebruik een schoon terracotta of plastic potje. Vul die half met stekgrond. Zet de groeischeut met wortels in het potje en druk met de vingers voorzichtig naar beneden. Vul de rest van de pot met stekgrond en schud de grond tussen de wortels. De groeischeut mag best nog iets onder de aarde zitten. Een echt blaadje moet boven de grond blijven.

 

 

Maak de grond met een plantenspuit goed vochtig. Niet met een gieter, dan gaat je stek drijven. Vul eventueel nog iets bij met stekgrond en druk licht aan. Hou de stek de eerste tijd vochtig en laat het de hele winter staan op een beschutte plek. Het volgende voorjaar zie je de stek uitlopen en kan het uitgeplant worden.