Vaste planten

Het gebruik van vaste planten heeft voor-en nadelen. Voordeel is de verscheidenheid in vorm en kleur, waardoor je naar hartenlust kunt combineren. Ze trekken allerlei insecten aan en en je hebt er weinig onderhoud aan. Het enige onderhoud is in het voorjaar de oude plantenresten weghalen en eventueel stukken wegsteken als ze te groot worden.

Nadeel is dat veel vaste planten in de winter instorten of terugtrekken in de grond. Heb je veel vaste planten in de tuin kan het dus in de winter wel erg kaal worden. Hoewel dat in de praktijk best meevalt als er gecombineerd wordt met heesters en siergrassen. Ander nadeel is dat vaste planten in tuincentra vrij prijzig zijn. Als je de tijd en ruimte hebt kun je ze ook heel goed zelf opkweken en vermeerderen. Op deze pagina, onder het kopje “vaste planten kopen“, leg ik uit hoe je ook kunt besparen op vaste planten.

Hieronder beschrijf ik mijn favoriete vaste planten en waarom ik deze graag gebruik:

Favoriete plantenlijst:

Achillea millefonium of duizendblad:

Deze plant is in diverse kleuren en hoogten te verkrijgen. Van zachtgeel tot donkerrood. Een mooie, stevige plant om combinaties te maken. Bloeit in de zomer en verkleurt enigszins in herfstkleuren. Wel heb ik de ervaring dat deze plant na een winter soms ineens verdwenen is.

 

Alchemilla mollis of vrouwenmantel:

Een makkelijk en vaak sterk bodembedekker. Hij staat hier op verschillende plekken in de border. Bloeit in het voorjaar met kleine lichtgele bloempjes en kleurt prachtig bij kattenkruid. Na een regenbui blijven regendruppels mooi op de bladeren liggen. Na de winter kunnen de oude bladeren er af getrokken worden en begint vanuit het hart weer te groeien. Na een paar jaar moet de pol gedeeld worden. De jonge zijstukken waar wortels aan zitten kunnen worden teruggeplaatst. Kan ook wat schaduw verdragen.

Agastache of dropplant:

Een prachtplant. Ik heb een paar soorten staan hier, de Agastache Astello Indigo, Agastache Alba en de mooiste Agastache Blackadder. De eerste 2 zaai ik elk jaar bij, die geven veel zaad. De Blackadder niet, die probeer ik elk jaar te delen, maar dat is niet makkelijk. Deze trekt dan wel weer een enorme hoeveelheid vlinders en hommels. Ze zijn ook bijzonder mooi vanwege de vorm van de bloemen en daardoor prettig om te combineren met andere planten. Verder heb ik nog een paar rode en oranje soorten, maar die zijn erg kwetsbaar en overleven vaak de winter niet.  Eventueel beschermen met bladeren en ander tuinafval is een mogelijkheid om ze de winter door te helpen.

Astilbe:

Die doet het eigenlijk echt goed op een halfzonnige plek met voldoende vocht. Staat deze plant te droog dan worden de pluimen snel bruin of bloeien in zijn geheel nauwelijks. Veel water geven dus, bij droogte. De pastelkleurige pluimen komen goed tot hun recht in grote groepen.

 

Brunnera macrophylla of Kaukasisch vergeet-je-nietje: 

Zelf heb ik deze plant nog maar kort, omdat het best een dure plant is. Hij doet het prima op plekken waar er weinig zon komt. Bloeien doet deze mooie bodembedekker met veel kleine helderblauwe bloemetjes. Dit jaar vond ik gelukkig wel wat zaailingen die ik bewaard heb. In het voorjaar de oude bladeren wegknippen.

 

Calaminta of bergsteentijm:

En dan met name de Calamintha subsp. nepeta. Dat is zo’n ontzettend mooie borderplant. Heeft een sterk tijmachtige geur en trekt massa’s bijen. Wil het allerliefst in de volle zon en kan prima tegen droogte. In de zomer verschijnen er kleine, witte bloemetjes die later verkleuren naar lila. Als ik er langs loop als de zon schijnt hoor je een luid gezoem van de bijen die van bloem naar bloem trekken. Delen kan door de pol in het voorjaar uit de grond te graven. De eerste blaadjes zitten er dan al aan en kun je voorzichtig uit elkaar trekken en oppotten. Grote groepen geven een rustig beeld in de border. Hij blijft mooi rechtop tot ver in winter.

Caryopteris clandonensis “Heaveny Blue”:

Een sierheester die bloeit in het najaar met mooie blauwe bloemen die zeer in trek zijn bij verschillende insecten. De grijzige bladeren van deze heester doen het goed in allerlei combinaties. Het neutrale karakter is zijn sterke kant.

 

Diervilla:

Is geen vaste plant maar een heester. Eigenlijk ziet dit struikje er vrij saai uit, maar het heeft een paar enorme pluspunten. Hij kan prima in de schaduw staan, of onder bomen. Hij kan een verloren hoekje mooi vullen en in de zomer verschijnen er gele bloemetjes die graag door bijen bezocht worden. Snoeien is heel makkelijk, in het vroege voorjaar gewoon flink de schaar erin. Je kan hem ook groter laten worden, maar dan bloeit de Diervilla minder uitbundig.

Echinacea purpurea:

Een echte prairieplant. Kan heel goed tegen droogte, wat hier op Drentse zandgronden wel fijn is. Je kan de Echinacea in diverse kleuren krijgen, maar de bijzondere soorten zijn niet altijd even sterk. Vaak vind ik ze na de winter niet meer terug. De gewone Echinacea Purpurea is wel sterk en kan wel een paar jaar blijven. Zaaien gaat ook goed, maar duurt een paar jaar voor er echt een mooie pol is. Wordt graag bezocht door allerlei insecten.

 

Echinops of kogeldistel:

De blauw, ronde bloemen zijn het handelsmerk van deze plant. Kan best hoog worden en geeft dus een mooi effect achterin de border met al die bolletjes. Wordt in de zomer druk bezocht door bijen en hommels. Zaait zich makkelijk uit.

 

Eupatorium Maculatum “Atropurpureum”:

Deze plant geeft veel hoogte in de tuin. Hij kan wel tot 2 meter hoog worden. De mooie grote schermen geven veel vulling in de tuin en worden graag bezocht door insecten. Beter is wel na een paar jaar deze plant uit de grond te halen en delen in kleine stukjes, ander wordt hij wel erg groot. Hij kan ook goed gezaaid worden, maar duurt ook een paar jaar. Een beetje schaduw kan de Eupatorium wel verdragen.

 

Geranium:

Perfecte bodembedekkers! Bloeien tot ver in herfst, soms zelfs nog na nachtvorst. De allermooiste is toch wel de Rosanna, grote lila bloemen die continu doorbloeit. De Ankum is zeker ook een hele mooie, die is felroze. Verder heb ik nog de Apfelblüte, een schattige geranium met zachtroze bloemetjes. De enige die ik uit zaad opkweek is de Heidi, die weeft zich prachtig met lange uitlopers door andere planten heen. Kan best goed tegen droogte en stelt, behalve zonlicht, niet hele speciale eisen.

Gipskruid:

Ooit een paar wortelstokjes bij de Aldi gekocht. Zaten in een zakje en ik gaf ze weinig kans. Toch kwamen er na het uitplanten al snel uitlopers. Het bloeit met een wolk van kleine witte bloemetjes. Door het neutrale karakter past het mooi in een kleurrijke border, het combineert namelijk geweldig bij zowat alle vaste planten. Het geeft net als siergras wat rust tussen al dat kleur.

 

Helenium:

Die heb ik pas kort, maar ben er heel enthousiast over. Verkrijgbaar in verschillende geelrode kleuren en hoogten. Bloeit heel rijk en lang, maar is wat lastig combineren vanwege zijn bonte voorkomen. Hij staat wel erg mooi bij de Agastache “Indigo” of met witte kleuren. Delen gaat vrij eenvoudig. Pol uit de grond graven en met een mesje de uitlopers recht naar beneden snijden met behoud van zoveel mogelijk worteltjes. Wil graag in de volle zon. Aantrekkelijk voor bijen en vlinders.

 

Helianthus “Lemon Queen”:

Deze plant zag ik voor het eerst bij kwekerij “de Border”, bij kasteel Twickel in Ambt Delden.

Een super hoge vaste zonnebloem met een ware wolk aan prachtige helder gele, kleine bloemetjes. Hij is ijzersterk en komt elk voorjaar groter terug, waardoor ik het bijna elk jaar uitgraaf en in 4 delen steek. Die plant ik terug of geef ze weg. Deze beauty is ook zeer aantrekkelijk voor insecten.

 

Heliopsis helianthoides “Summer Sun”:

Een echte zonaanbidder. Zijn naam komt van Helios, de Griekse god van de zon. Een goudgele zee van bloemen. Is heel sterk en kan vermeerderd worden met zaad. Vaak verschijnen er na een paar jaar spontaan zaailingen op andere plekken. Bloeit tot eind van de zomer, maar gaat niet zolang door als bijvoorbeeld de Rudbeckia.

 

Hemerocallis of daglelie:

Wie wordt hier nou niet blij van!  Mooie bloemen in prachtige kleuren.

Elke dag bloeit er een bloem, zoals de naam al doet vermoeden. Maar er zitten talloze bloemen aan een stengel, dus de bloeiperiode gaat heel lang door.

 

Herfstaster:

Voor veel kleur in het najaar. Wanneer andere planten allang uitgebloeid zijn, staan deze nog mooi te bloeien, tot ver in oktober. Te verkrijgen in vele kleuren en hoogten. Wanneer in het najaar de zon schijnt trekken deze planten hele horden met verschillende insecten.

 

Heuchera:

Op zich niet een heel bijzondere bloeier, maar wel zeer bruikbaar in een kleurige border. Prachtige bladplant in mooie donkere variaties. Na een paar jaar scheer ik jonge scheuten van de wortelstok en plant die terug.

Hortensia’s:

Vooral de “Teller” kleuren vind ik mooi. Net als de “Paniculata Limelight”. Die kunnen elk jaar goed kort gesnoeid worden. Wanneer de knoppen in het voorjaar verschijnen snoei ik net boven de onderste knop. Zo weet ik zeker dat die tak uitloopt en toch zo goed mogelijk gesnoeid wordt. Deze bloeit ook redelijk goed in halfschaduw en blijft sterk rechtop staan. De “Annabel” is natuurlijk heel mooi, maar gaat altijd hangen hier.

Hosta: 

Zeer sterke bladplant in mooie kleuren en bladvormen. De grootste die ik heb is de “Sum and Substance”, die krijgt enorme lichtgroen tot gele bladeren. Erg mooi voor halfschaduw, geef hem wel de ruimte. Perfecte plant voor lastige plekken en geeft rust in grote groepen. Een handje compost en een niet te droge plek is wel aan te raden.

 

 

Kniphofia:

Eerst was ik niet zo gecharmeerd van deze plant, hij oogt wel erg bont. Maar de gele “Pinapple Popsicle” en de oranje “Mango Popsicle” zijn wat ingetogener van kleur. Leuk voorin de border met bijvoorbeeld een blauwe geranium of donkerrode leeuwenbek er tussen.

 

Monarda: 

Echt een plant die goed doet in kleurrijke borders. Kan goed tegen droogte en is in grote groepen mooi te combineren. In verschillende hoogten en kleuren verkrijgbaar. Ik heb onder andere de “Beauty of Cobham”, die prachtig combineert met “Agastache Blackadder”

Nepeta of kattenkruid:

Eén van mijn eerste soorten die ik in grote groepen plaatste. Bloeit al vroeg in het voorjaar en trekt veel insecten. Voor eind juni helemaal terugknippen levert een nieuwe bloei op later in de zomer.

Persicaria:

Echt mijn top favoriet! De verschillende kleuren zijn stuk voor stuk prachtig. De zachtroze “Rosea”, de mauve kleurige “Amethyst” en de dieprode “Blackfield”, zijn echte blikvangers. Maar ook de witte “alba” en “High Society” zijn erg mooi.

Phlox of Vlambloem:

Een leuke en sterke vaste plant. Komt na de winter altijd terug. Maar kan nog wel eens verregenen. Een paar dagen slecht weer verandert deze plant nog wel eens in een hoopje snot. Maar verder is het een mooie plant om te combineren. De “Blue Paradise” en de “Blue Boy” zijn wel heel sterk, de witte en rode soorten die ik heb zijn minder sterk.

Pulmonaria:

Dat is de mooiste voorjaarsbloeier in mijn tuin. Al vroeg verschijnen er roze en blauwe bloemetjes door elkaar. Ze lokken bij mooi weer de eerste hommels uit hun winterrust. Na de bloei blijft er een mooie bladplant over met dunne lange bladeren. Wel kunnen ze erg slecht tegen droogte. Dus een plekje in de halfschaduw is beter dan volle zon. En dan nog liefst vochtige grond.

Rudbeckia:

Een van mijn eerste eigen zaaisels die nu overal in mijn tuin pronken. Grote groepen gele bloemetjes die wat later bloeien en doorgaan tot ver in de herfst. Zaait zich een beetje uit, maar beheersbaar. Makkelijk te delen door de pollen uit elkaar te trekken en opnieuw planten.

Sedum of vetkruid:

Ook deze plant prijkte als één van de eersten in mijn tuin. De “Brilliant” doet het altijd goed. Echt heel mooi is de “Carmen”, die bloeit heel zacht rose , is wat lager en blijft stevig rechtop staan. De “Munstead Dark Red” is een mooie donkerrode cultivar. Trekt vlinders en bijen.

 

Siergras:

Siergrassen zijn een geweldige aanvulling op een vasteplantenborder. Het goudgele gras geeft een prachtig winters aanblik. Siergrassen nemen in mijn tuin een steeds belangrijkere plaats in. Ze zijn in verschillende vormen en hoogten. Doordat ze een vrij neutrale uitstraling hebben geven ze de border een soort rust. Ze kunnen perfect tussen vaste planten staan. Wanneer ik niet helemaal tevreden ben met een plantencombinatie biedt een pluk siergras vaak uitkomst. Als rustige overgang naar een andere plantengroep. Naast het gebruik in weelderige borders worden ze ook heel graag gebruikt in strakke tuinen. Siergrassen zijn zo veelzijdig!

Solidago of Guldenroede:

De gewone variant wil ik absoluut niet in mijn tuin, die woekert als de ziekte. Maar een paar jaar geleden kwam ik bij kwekerij “De kleine plantage” in Eenrum en geweldig mooie, niet woekerende Solidago “Loysder Crown” tegen. Deze heeft prachtig zachtgele bloemen die geweldig combineren met blauwe bloemen. Ook de Solidago “Fireworks” is een prachtige, niet woekerende plant. En geeft zoals de naam doet vermoeden, een knalgeel vuurwerk!

Tellima grandiflora:

Een leuke, makkelijke bodembedekker die het overal prima doet, ook op donkere plekken. Bloeit in het voorjaar met witte bloemetjes, maar is vooral een bladplant. Eenvoudig te vermeerderen.

Varens:

Verkrijgbaar in mooie varianten. Sommige zelfs met een prachtige herfstkleuren. Varens groeien van oorsprong veel in bossen, dus een vergelijkbare plek is wel aan te bevelen. Geheel of gedeeltelijk schaduw en vochtige grond. Een plek bij een vijver geeft een natuurlijk beeld. onder bomen kan ook zeer goed, mits de grond niet te droog is en humusrijk.

Verbena:

In de beginjaren had ik de verbena veelvuldig in mijn tuin staan. De laatste jaren haal ik de meeste weg wanneer ik ze aantref. Niet omdat ik hem niet mooi vind, maar omdat het teveel uitzaait. Het is een goed vlinderlokker, dus wanneer ik er één zie die al bloeit laat ik het staan en probeer er aan te denken om de plant, zodra het uitgebloeit is, er uit te trekken. Omdat er altijd wel eentje doorheen glipt zullen ze elk jaar terug komen.

Veronica:

Weigela:

Geen vaste plant, maar een hele mooie heester. Kan heel goed onder een boom of beschutte plek. Op zich vrij onopvallend, maar de bloemen zijn erg mooi. Grote rode kelken die de bosrand een mooie kleur geven.