Zaden verzamelen

Veel planten geven zaden die je kan gebruiken om zelf te zaaien. Het is een leuke manier om planten te vermeerderen. Je kan de zaden opkweken om nieuwe plantgroepen te maken, of van éénjarigen om een wildbloemenmix te maken. Ook kan je de zaden natuurlijk weggeven aan liefhebbers. Maar hoe weet je nou welke bloemen zaden geven, of wanneer je moet oogsten? Hoe zien de zaden eruit? Het zijn allemaal vragen die ik ook had. Er zijn wat jaren overheen gegaan voor ik van elke plant wist hoe zaden te verzamelen. Er zitten wel wat verschillen in éénjarigen en vaste planten. Hieronder wat uitleg :

  • Eénjarigen:

Eenjarigen zijn bloemen die in hetzelfde jaar uit zaad ontkiemen, bloeien, zaad geven en afsterven. Het zaad wordt verspreid, kan prima tegen strenge vorst en ontkiemt het volgende jaar weer. De meest bekende zijn o.a. zonnebloemen, klaprozen, korenbloemen, slaapmutsjes, cosmea’s, goudsbloemen en kamille. Het grote voordeel van deze bloemen is dat het zaad goed te herkennen is, makkelijk te oogsten en massaal zaden geven.
Voor diegenen die voor het eerst bloemen zaaien is het begrijpelijk dat het oogsten van zaden in eerste instantie lastig lijkt. Wanneer is het goede moment? Hoe zie je dat zaden rijp zijn? Hoe bewaar je ze? Het kan heel goed zijn dat het eerste jaar zaden verloren gaan doordat ze niet geoogst zijn. Op zich is dat niet erg, het volgende jaar komen ze vanzelf weer op. Het kan wel zijn dat dat op andere plekken zijn dan dat ze oorspronkelijk stonden. Logisch, ze waaien weg, springen uit hun hulzen, of worden opgegeten en uitgepoept door vogels. Nieuwe kansen dus. Vaak, na een jaar herken je ze wel. Zeker van éénjarigen zijn niet te missen. Het enige fout die gemaakt kan worden is dat ze te vroeg geoogst worden. De kans bestaat dat ze dan niet kiemkrachtig zijn. De beste regel: zaden moet los in hun huls zitten. Schudden of even aanraken moet voldoende zijn om los te laten van de uitgebloeide bloem. Geduld dus. Over het algemeen zijn rijpe zaden bruin en zien er verdroogd uit. Aan het eind van de herfst zal ik meer foto’s plaatsen van oogstbare zaden, maar hier alvast een beschrijving van het oogsten van bekende eenjarigen:

  • Zonnebloemen: De bloem is geheel uitgebloeid en bruin. In het hart zijn de zaden goed te zien. Elk zaadje/zonnebloempitje zit in een eigen holletje. Schudden is voldoende om ze er uit te krijgen.
  • Klaprozen: Van de uitgebloeide bloem blijft de knop aan top van de steel zitten. Er zijn gaatjes zichtbaar langs de rand en de knop voelt hard aan. Wanneer je het kapje er af knijpt vallen de zaden er massaal uit. Ze zijn piepklein.
  • Korenbloemen: De uitgebloeide knop ziet er hetzelfde uit als een jonge knop, dat kan verwarrend zijn. Vooral omdat de plant lang bloeit en er uitgebloeide, maar ook nieuwe knoppen aan dezelfde plant kunnen zitten. De rijpe zaden zitten in een bruine, dikke knop. Er in knijpen is voldoende om ze los te maken. Ze zien er een beetje uit als een zaadje met een pluisje.
  • Slaapmutsje: Na de bloei blijft er aan het eind een verdikte stengel over met zaden op een rij, als in een peul. De peul wordt bruin en hard. Niet op tijd oogsten betekent dat ze weggeschoten worden.
  • Cosmea: Die is heel herkenbaar. De uitgebloeide knop verandert langzaam maar zeker in een ster, waarbij de zaden verspreid in elke richting wijzen. Dan zijn ze goed om te oogsten.
  • Goudsbloemen: Die zaden zijn best bijzonder. Na de bloei zitten de zaden samengekruld naar binnen en zijn ze nog groen. Langzaam worden ze bruin en trekken naar buiten. Ze zien er allemaal anders uit, maar de meesten zien er uit als een halve maan. Ze verschillen zowel in grootte als in vorm.

Tweejarigen:

Die kenmerken zich door het eerste jaar van zaaien alleen blad te produceren. Tijdens de winter blijft dat groen vaak zichtbaar. Het volgende voorjaar loopt de plant vroeg uit, bloeit, geeft zaad en sterft. Voorbeelden van tweejarigen zijn vingerhoedskruid, akelei, judaspenning, damastbloem, margriet en duizendschoon. In mijn tuin zie ik het ook bij de dropplanten. Die zijn standaard na de tweede winter weg. Gelukkig geven ook die bloemen een overdaad aan zaden, waardoor ik ze altijd in mijn tuin heb. De uitgebloeide aren van de dropplant die ik niet oogst laat ik de hele winter staan, want vogels zijn er dol op.

 

  • Vaste planten:

Vaste planten die geen zaad produceren kunnen vaak redelijk makkelijk vermeerderd worden op een andere manier, door delen of stekken. De vaste planten in mijn tuin die wel zaden geven en die ik met succes opkweek zijn o.a. Heliopsis “Summer Sun”, Salvia’s, Akelei, Liatris Spicata “Kobold”, diverse Monarda’s, Eryngium, Calamintha, Echinacea, Geranium, Lavatera en Echinops “”Bannaticus”, Agastache “Blue Fortune”, Agastache “Astello Indigo” en Agastache Rugosa “Alabaster”. Niet al deze uit zaad opgekweekte planten bloeien in hetzelfde jaar van zaaien. Meestal gaat daar dus een jaar overheen. Er zijn ook nog wat verschillen in het zaaien zelf. Een aantal zaden van vaste planten zijn koudekiemers. Dat betekent dat ze graag een periode van kou ondergaan. Dat kan gewoon de winter zijn, of een tijdje in de koelkast. Dat laatste doe ik zelf nooit, puur vanwege ruimtegebrek. Deze zaden zaai ik gewoon alvast in het najaar en laat de potjes buiten staan, bijvoorbeeld van de akeleien, echinacea’s en geraniums.

Opvangen en bewaren:

Vanaf de zomer tot aan de winter maak ik regelmatig een rondje door de tuin om te kijken of zaden al rijp zijn. Vooral eenjarigen zijn al vroeg uitgebloeid en zijn de eersten die geoogst kunnen worden. Dat zijn verschillende klaprozen en korenbloemen, later de akeleien. Ik neem koffiefilters mee om de zaden op te vangen en direct op te schrijven van welke plant ze afkomstig zijn. Zo kan er geen verwarring ontstaan. In dat filter kunnen ze weken blijven zitten totdat ze goed gedroogd zijn. Het beste is ze losjes tegen elkaar te zetten, zodat het vocht er uit kan. Anders is de kans dat ze alsnog gaan schimmelen. Wanneer ze goed droog zijn kunnen ze bewaard in een afgesloten potje of zakje met naam. Het eerste jaar na oogsten geeft de beste kiemkracht. Daarna neemt het met het jaar af.

Van veel uitgebloeide bloemen is het onmogelijk om te voorkomen dat ze zich uitzaaien. Meestal is dat ook helemaal niet erg. Zo vind ik op veel plaatsen in het voorjaar verschillende akeleien. Een prachtige sterke plant die al vroeg bloeit en dat ook op schaduw plekken doet. De meesten laat ik staan, want ze overwoekeren geen andere planten. Wel probeer ik de uitgebloeide stengels en zaaddozen op tijd af te knippen. Ze hebben dan ook geen sierwaarde meer. Het blad blijft wel lang mooi. Om te voorkomen dat planten zich ongewenst uitzaaien, is het belangrijk om de bloemknop af te knippen voordat het kans krijgt zaden te rijpen.

Het oogsten van zaden kan het best gebeuren na een droge periode. Nat zijn zaden slecht te oogsten en kunnen snel gaan schimmelen. Ook na de eerste vorst zijn de meeste zaden weg of verrot.

Het voordeel van zaden oogsten is dat je zelf kan bepalen welke planten je op een bepaalde plek wilt hebben. Daarbij zijn gratis planten altijd welkom, voor eigen tuin of om weg te geven. Het zaaiproces zelf is ook erg leuk om te volgen. Op de pagina zaaien leg ik uit hoe je dat het best kan doen.