Zaden verzamelen

Veel vaste planten geven zaden die gebruikt kunnen worden om zelf te zaaien. Zo kun je groepen groter maken of meerdere groepen creëren. Er zijn planten die soms het volgende jaar niet terugkomen. Dan is het fijn om zaden te hebben. Bij elke plant zien zaden er weer anders uit. Bij sommige planten puilen de uitgebloeide bloemen uit van de zaden, bij andere moet je echt even zoeken. Een zonnebloem is niet zo moeilijk om zaden te vinden. Het hele hart zit er vol mee. Bij Calendula’s of goudsbloem groeien enorme zaden die onmogelijk te missen zijn. Een leeuwenbek maakt duidelijke zaaddoosjes, maar kunnen pas geoogst wanneer ze verdrogen en open knappen, anders zijn ze nog niet rijp.

Vanaf de late zomer hou ik de planten goed in de gaten. Of de zaden al rijp zijn. Te vroeg oogsten heeft geen zin, dan zijn ze niet kiemkrachtig. De kunst is te wachten tot ze los in hun huls zitten, maar nog niet op de grond zijn gevallen. Sommige planten, zoals de dropplant, hebben zoveel zaden, dat kan niet missen. Even schudden boven een bakje en ze vallen er massaal in. Zaden van de geranium Heidi of Apfelblüte worden als een katapult weggeschoten. Vroeg oogsten heeft geen zin, dan zitten ze nog gewoon te vast. Als ze donkerbruin tot zwart worden, kunnen ze geoogst, voordat het te laat is. Bij veel bloemknoppen volstaat als ze uitgebloeid zijn om ze goed fijn te knijpen. Zaden vallen er vaak gewoon uit. Sommige uitgebloeide bloemknoppen worden hard en barsten dan open, zoals leeuwenbek, ridderspoor of akelei. Dat is het juiste moment van oogsten. De Cosmea laat na de bloei een soort ster van naaldachtige zaden achter, heel makkelijk te herkennen. Omdat elke plant anders in het zaad schiet is het goed om ze vaak te controleren. Het is altijd jammer als het zaad al gevallen is.

Van veel uitgebloeide bloemen is het onmogelijk om te voorkomen dat ze zich uitzaaien. Meestal is dat ook helemaal niet erg. Zo vind ik op veel plaatsen in het voorjaar verschillende akeleien. Een prachtige sterke plant die al vroeg bloeit en dat ook op schaduw plekken doet. De meeste laat ik staan, want ze overwoekeren geen andere planten. Wel probeer ik de uitgebloeide stengels en zaaddozen op tijd af te knippen. Ze hebben dan ook geen sierwaarde meer.

Ook de papaver is zo’n plant. Bloeit vroeger dan de meeste vaste planten en is verkrijgbaar in de mooiste kleuren en vormen. eenmaal in de tuin kom je er wel moeilijk van af. Elk jaar vallen zaden op de grond die altijd weer opkomen. Wanneer ik het teveel vind, trek ik ze al jong weg. Ze kunnen dan ook in zulke grote hoeveelheden verschijnen dat ze andere planten wegdrukken.

Er zijn ook een aantal vaste planten die niet geweldig winterhard zijn, zoals een Salvia Pratensis. Die valt bij mij altijd weg. Door zaden te oogsten kan ik ze toch weer elk jaar in de tuin bewonderen. Een ridderspoor net zo, valt ook zomaar weg. Maar die vereisen wat geduld. Het eerste jaar van zaaien maken ze alleen maar groen. Pas het jaar daarop gaan ze bloeien.

Na een natte periode is het moeilijk zaden oogsten. Vaak zijn de zaden dan ook niet goed meer en verrot. Na de eerste vorst is het meestal ook niet mogelijk meer om zaden te verzamelen. Het beste moment is  op een zonnige dag. Zaden moeten goed gedroogd worden en donker en koel bewaard. Ik laat ze zelf een flinke tijd in een koffiefilter zitten. Daarin kunnen ze goed drogen en de naam schrijf ik op het filter. Daarna kunnen ze in afgesloten potjes of zakjes. Het best is de zaden het volgende jaar te zaaien. Hoe langer het duurt voor ze gezaaid worden hoe meer de kiemkracht achteruit gaat.